BRUNSSUM

U bent bij: Vragen op grond van art 43 RvO

Betreft: Wet Taaleis in de bijstand

Brunssum, 2 juni 2016

Geacht college van B & W,

Op 1 januari 2016 is de Wet Taaleis in de bijstand ingegaan. Dat betekent dat van bijstandaanvragers verwacht wordt dat ze de Nederlandse taal beheersen of deze gaan leren. Voor mensen die al bijstand ontvangen gelden de taaleisen vanaf 1 juli 2016 aanstaande. Bijstandsontvangers moeten voor vijf taalvaardigheden (spreken, luisteren, lezen, schrijven en gesprekken voeren) een niveau halen dat vergelijkbaar is met het niveau van het inburgeringsexamen. Het kabinet heeft gemeenten opgedragen ervoor te zorgen dat alle bijstandsontvangers dit niveau hebben. Er zijn gemeenten in Nederland die het opleggen van de taaleis niet of zeer terughoudend zullen uitvoeren. Zo gaf bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam aan de Wet Taaleis 'ultralight' uit te voeren. 'Geen Nederlands leren, geen bijstand' is wat de VVD betreft een redelijk uitgangspunt.

Gaarne ontvangt de VVD fractie antwoord op de volgende vragen:

1. Is het College met de VVD van mening dat het beheersen van de taal een eerste voorwaarde is om succesvol mee te kunnen doen in de samenleving?
2. Participatiewet Artikel 18b (in het vervolg Wet Taaleis). Is het College bekend met de Handreiking Wet Taaleis Participatiewet die de Programmaraad van VNG, Divosa, UWV, Cedris heeft opgesteld met bijbehorend stappenplan voor gemeenten?
3. Wordt door de gemeente Brunssum, conform de nieuwe Wet Taaleis, bij aanvragen voor bijstand nagegaan of de aanvrager voldoet aan het minimale referentieniveau van de Nederlandse taal?
4. De Wet Taaleis geeft gemeenten beleidsvrijheid over de het inrichten en afnemen van de toets, deze dient echter wel aan het Besluit Taaltoets Participatiewet te voldoen. Op welke wijze vindt in Brunssum toetsing plaats en voldoet de toetsing aan het Besluit Taaltoets?
5. Gemeenten zijn conform de wet niet verplicht een leertraject aan te bieden. Dit is de beleidsvrijheid van het College. Bij leertrajecten valt aan tal van mogelijkheden te denken. Zoals cursussen via (semi-)publieke instellingen, zelfstudie of taalmaatje. Welke opties worden bijstandsgerechtigden door de gemeente Brunssum aangeboden dan wel als advies meegegeven?
6. Stelt de gemeente Brunssum nog specifieke eisen aan het leertraject en vindt er tussentijds monitoring plaats? Bijvoorbeeld door het opstellen van een taalplan waarin afspraken worden gemaakt inhoud en termijn tot verbeteren van de Nederlandse taal. Graag in het antwoord ook rekening houden met de opties en beoordelingsinstrumenten die de Programmaraad in de Handreiking Wet Taaleis Participatiewet noemt.
7. Alhoewel de verplichting tot beheersing van de Nederlandse taal voor de bestaande groep bijstandsgerechtigden pas per 1 juli 2016 van toepassing is wordt geadviseerd om in de maanden vooraf -dus nu al- het bestand te screenen op de nieuwe wetgeving en mogelijke consequenties. Op welke wijze is de gemeente Brunssum nu al bezig met deze aanstaande wijziging per 1 juli 2016?
8. Heeft de gemeente Brunssum nu al zicht in het aantal bijstandsgerechtigden dat niet gaan voldoen aan de Wet Taaleis en daarmee wellicht in aanmerking zou komen voor verlaging van de bijstand?

Wij zien uw antwoord(en) per omgaande tegemoet.

Met vriendelijke groet,
Namens de VVD-fractie Brunssum,

Jack van Oppen, Raadslid VVD Brunssum
Sharon Gulpen, Burgercommissielid VVD Brunssum